26 oktober 2009

Welkom is anders: de gemeenteraad

In Nederland hebben we instellingen die voor iedere burger vrij toegankelijk zijn. Zo mogen we bijna alle rechtszittingen bijwonen, burgerlijk afgesloten huwelijken staan open voor iedere bezoeker en we kunnen vrijelijk plaats nemen op de publieke tribune van parlement of gemeenteraden. Maar is dat wel zo?
Laten we eens kijken hoe het bij de gemeenteraad in zijn werk gaat.
In Hoek van Holland ontaardde een strandfeest, zoals te verwachten viel, in een massale knokpartij. Door een politiekogel viel een dode en dus waren de rapen gaar. In de gemeenteraad werd door Leefbaar Rotterdam een spoeddebat aangevraagd. De nog nieuwe burgemeester Aboutaleb zou het zwaar te verduren krijgen, zo was de verwachting, en dus besloot ik, voor de eerste keer, de beraadslagingen van de gemeenteraad bij te wonen. Kon ik eens zien hoe de lokale democratie werkte. Die van het land kon je elke dag onder leiding van Ferry Mingelen op de TV op de voet volgen, maar hoe ging het er op de hoek aan toe?
Bij binnenkomst op het gemeentehuis werd ik onmiddellijk in een afgelegen zaaltje geloodst met een groot tv-scherm, met rijtjes stoelen en een tafeltje met koffie en thee. Dat zag er goed uit. Maar eigenlijk had ik liever plaatsgenomen op de publieke tribune zodat ik het gehele slagveld in een blik in ogenschouw kon nemen in plaats van via een vaste camera te kijken naar alleen de spreker.

Maar dat kon niet, had de bode me bij binnenkomst al laten weten. De publieke tribune was vol. Daarvoor had ik wel begrip. Er was veel commotie rond deze kwestie en dat daar veel publiek op was afgekomen, kon ik wel begrijpen.

Toen alle sprekers in de gemeenteraad het woord hadden gevoerd, werden de beraadslagingen een half uur geschorst. Het debat was afgekoeld, er was een pauze, dus misschien kon ik nu wel een plekje op de publieke tribune bemachtigen. Ik schoot een bode aan die bij de trap naar boven bezoekers tegenhield.

'Ik wil graag naar de publieke tribune van de gemeenteraad', vroeg ik hem, 'kan dat?'

'Nee, meneer, die is vol', antwoordde de man vriendelijk.

'Hoe weet u dat nou?', vroeg ik hem, 'vanmiddag was hij vol, maar nu is het pauze, mensen gaan weg, er is nu vast wel voldoende plaats.'

'Dat weet ik niet meneer, ik weet alleen dat ik moet zeggen dat de publieke tribune vol is.'

'Kunt u dan even vragen of dat nog steeds zo is', zo hield ik vol, want ik kreeg gaandeweg het gevoel dat men bezoekers niet graag op de publieke tribune wilde hebben. Misschien om redenen van veiligheid, misschien om andere redenen.

'Nou, dat moet u dan maar aan die meneer vragen, ik weet het verder ook niet', zei de bode en wees naar een andere bode, misschien een senior-bode.

De aangewezen man verwees me desgevraagd in eerste instantie naar de TV-kamer, gaf vervolgens aan dat volgens hem de publieke tribune vol was en wilde na enig aandringen wel toegeven dat ik er wel naar toe kon, maar dan buitenom, eerste deur rechts, de trappen op naar boven en dan moest ik het daar maar verder vragen.

En inderdaad, via het zo bekende elektronische poortje kon ik even later op een praktisch lege publieke tribune plaatsnemen.

Hoezo welkom? Wat is er toch aan de hand met overheidsfunctionarissen?

Geen opmerkingen: