16 februari 2025

 

Geen initialen, wel plaatsnaam van dader?

In een eerdere blog De historie van de initialen (februari 2017) werd beschreven hoe het waarschijnlijk kwam dat de initialen van daders geleidelijk niet meer in krantenartikelen worden genoemd. Jaren geleden was dat wel heel gebruikelijk (de 34-jarige Rotterdammer Peter van der V. heeft een overval gepleegd), maar toen andere typen initialen (Abdul el B.), de overhand kregen, werd kennelijk op krantenredacties gevreesd dat dit te stigmatiserend zou zijn. Dus wordt sindsdien geschreven dat een 24-jarige man uit Duiven is gearresteerd voor een moordaanslag.

Toch rijst de vraag waarom de woonplaats (die niet wordt weggelaten) van de dader belangrijker is dan de initialen (die dat lot wel treft). Leuk om te weten dat hij uit Duiven komt, maar de lezer heeft niets aan deze extra informatie? Bovendien zal de gemeente Duiven er niet zo blij mee zijn dat hun stad of dorp op deze wijze negatief in het nieuws komt. Dat is zeker bij sommige steden het geval omdat deze heel vaak op deze manier in het nieuws komen. Een suggestie aan de redacties zou daarom zijn de naam van de woonplaats niet meer te noemen. Dus zou het bericht worden: een 24-jarige man is gearresteerd voor een moordaanslag.

Eenzelfde redenering gaat op wanneer van de dader wordt vermeld dat het een man of een vrouw is. De lezer zal opmerken dat de man veel vaker wordt genoemd dat de vrouw. Terwijl iedereen toch weet dat lang niet alle mannen een criminele achtergrond hebben. En toch zien de mannen elke keer staan dat de dader weer een man is. Ook hier ligt stigmatisering op de loer en dus zou ook deze informatie achterwege kunnen blijven.

Maar hoe zit het dan met de leeftijdsdiscriminatie? Zeker, veel daders zijn weliswaar jong volwassenen maar om daarom deze hele groep aan de schandpaal te nagelen is niet redelijk. Dus verdient het aanbeveling ook leeftijd niet meer te vermelden. Dan kan het bericht worden teruggebracht tot: iemand is gearresteerd voor een moordaanslag.

Het wordt wel heel saai op deze manier.

28 oktober 2022

Activisten gebruiken voor de zekerheid kleuterlijm

Je kunt de laatste dagen geen krant openslaan, geen tv-journaal aanzetten, geen twitteraccount bekijken of er is wel een of andere milieuactivist die zich ergens aan heeft vastgeplakt. Met 1-secondelijm wel te verstaan. Dat wordt er dan bij vermeld. Dus vast is vast en dat blijft voorlopig ook zo. 

Wat deze jonge mensen beweegt is duidelijk. Het milieu en dus de wereld moeten worden gered.

Toch is het doel is niet altijd zo duidelijk. De jongeman bijvoorbeeld die in het programma Jinek vlak voor presentator Beau van Erven Dorens een klein tubetje uit zijn zak toverde en zich bovenop de tafel vastplakte en daarbij in zijn zenuwen wat onsamenhangende zinnen uitte, bleek enige jaren geleden een kandidaat voor de Piratenpartij in Amsterdam. Zijn bedoelingen bij de huidige actie blijven op die manier onduidelijk.

De laatste tijd is de kunstsector bij de activisten in trek. Bekende, waardevolle schilderijen worden aangevallen en opnieuw is secondelijm een van de attributen Zo was onlangs het Meisje met de parel van Johannes Vermeer dat in het Mauritshuis in Den Haag hangt slachtoffer van de actie Stop Oil Now. Behalve de lijm waarmee een activist zich aan de beschermende glasplaat vastkitte kwam er bij deze actie ook nog een blik geconcentreerde tomatensoep aan te pas.

Maar met die secondelijm is in deze gevallen toch iets aan de hand. Die wordt gebruikt om de kijkers en anderen schrik aan te jagen. Hulpverleners moeten het gevoel krijgen dat ze de plakkers niet een-twee-drie los kunnen krijgen. Secondelijm plakt echt heel goed en losmaken van de handen zonder ernstig letsel zal niet zo gauw lukken. Ze speculeren erop dat hulpverleners met de grootst mogelijke voorzichtigheid zullen proberen de activisten zonder letsel te veroorzaken los te krijgen. Verplegers, misschien wel artsen zullen daartoe alles in het werk stellen en dat gaat wel even duren.  En dat is precies de bedoeling. Het verkeer wordt langdurig ontregeld, een talkshow lange tijd onderbroken. Het Mauritshuis wordt ontruimd waardoor veel buitenlandse toeristen het hoogtepunt van hun bezoek moeten missen, de televisie rukt uit om verslag te doen. De aandacht van een groot publiek is verzekerd.

Maar bij Jinek liep het toch even anders. Onmiddellijk na de actie sjouwden beveiligers het tafelblad met activist en al de studio uit. Dat lukte niet zo maar want het blad paste in horizontale toestand niet door de deuropening. Dus moest het iets schuin worden gehouden en nu komt het .... de activist schoof zo van de tafel af. Niks vastgekit. Een secondelijm van niets dus.

Ook in het Mauritshuis slaagden beveiligers erin de activist zonder problemen en zonder ernstig letsel bij het schilderij weg te halen. Ook hier werd dus kleuterlijm gebruikt. Activisten van niks dus. Dreigen met groot letsel maar er voor de zekerheid wel voor zorgen dat het verwijderen geen pijn zal doen.

Dat het ook anders kan gaan toonde een filmpje. Een aantal activisten had zich op de openbare weg aan het asfalt vastgekit. Natuurlijk gelijk een enorme verkeersopstopping en de politie was snel ter plaatse. Een stevige politieman pakte een activiste onder de oksels en trok haar zonder pardon weg. Het resultaat was huiveringwekkend. De dame schreeuwde het uit van de pijn en kronkelde heen en weer van ellende. Zij had kennelijk wel goede lijm gebruikt.

De volgende vraag rijst nu. Wanneer deze activiste zou hebben geweten dat de politieman haar gelijk zou hebben verwijderd, secondelijm of niet (wellicht wist hij het niet precies), zou ze bij een volgende actie opnieuw echte secondelijm gebruiken of toch maar voor de zekerheid kleuterlijm?

12 januari 2019

De onderzoeksjournalist en de opiniepeiler


Er komt geen einde aan. De Deventer moordzaak blijft de gemoederen bezighouden. Aanvankelijk ging het alleen nog over de verkeerde inzet van honden die de geuren op een mes moesten linken aan Ernest Louwes, op dat moment de verdachte van de moord op een weduwe in Deventer. Inmiddels, bijna 13 jaar later wordt een film over deze geruchtmakende zaak gemaakt en misschien ook nog een ‘Making a Murderer versie Deventer’ door Maurice de Hond. Beide maken opnieuw de tongen los en dan loopt nog de voorbereiding van het zoveelste herzieningsverzoek bij de Hoge Raad.

Dit zijn niet de eerste schermutselingen. De journalist Stan de Jong schreef in 2002 als eerste een serie artikelen in de Haagse Post over de Deventer moordzaak en in 2003 ook nog een boek ‘De Deventer moordzaak’, er zijn diverse rechtszaken gevoerd tot aan de Hoge Raad toe. Er was al een uitgebreide documentaire op de televisie, Ernest Louwes werd na zijn vrijlating en naar aanleiding van zijn boek ‘Schuldig’ geïnterviewd in Pauw en Witteman, er verscheen een ontluisterend boek ‘Leugens over Louwes’ van de wetenschapsfilosoof Ton Derksen die eerder een cruciaal boek schreef over Lucia de Berk en een boek ‘De Deventer moordzaak, het complot ontrafeld’ van Bas Haan.

Al vanaf het eerste uur heeft Maurice de Hond zich deze zaak aangetrokken, gealarmeerd door zoveel onrecht. Hij was zozeer geschokt dat hij Michael de J. als dader aanwees (deze ging vervolgens de geschiedenis in als de klusjesman), wat hem een veroordeling wegens smaad heeft opgeleverd. Hij is ook de initiator van de website geenonschuldigenvast.nl die door de jaren heen tot enorme proporties is uitgedijd omdat diverse (al dan niet gepensioneerde) deskundigen het dossier nog eens minutieus aan een onderzoek hebben onderworpen, met vaak schokkende resultaten.

Intussen is Ernest Louwes alweer jaren op vrije voeten, hij heeft een studie rechten afgerond en heeft werk gevonden. Niet als advocaat zoals hij wenste, want zijn veroordeling stond dat in de weg. Maar uit alles blijkt dat hij het er nog steeds niet bij laat zitten. Samen met de gerenommeerde advocaten Knoops en Knoops en Maurice de Hond bereidt hij opnieuw een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad voor.

Tegen deze achtergrond verscheen 9 januari 2019 de onderzoeksjournalist Bas Haan in het programma De Wereld Draait Door. Zijn boek uit 2009 over de Deventer moordzaak zal worden verfilmd en de film ‘De veroordeling’ is eind dit jaar in de bioscoop te zien. Een toch wel wat kritische Matthijs van Nieuwkerk stelde Haan vragen over zijn boek. Immers, Haan wist zeker dat Louwes de dader was en dat iemand die er helemaal niets mee te maken had, de klusjesman, zomaar als dader werd aangewezen. Maar er waren ook andere meningen, zo hield Matthijs Haan voor. Maurice de Hond bijvoorbeeld denkt heel anders over de moordzaak.

Haan wordt doorgaans gezien als een betrouwbare onderzoeksjournalist maar hij slaagde er tijdens het interview in zijn reputatie te grabbel te gooien. Zonder op alle details in te gaan noem ik een paar fragmenten die het vertrouwen in de onderzoeksjournalist behoorlijk hebben geschaad.

Zo portretteerde hij de klusjesman Michael de J. als een persoon ‘… die geen bal met die zaak te maken heeft’. Haan kan de overtuiging hebben dat de klusjesman de moord niet heeft gepleegd – die is hiervoor ook niet veroordeeld – maar er zijn vele connecties tussen hem en de moordzaak, zowel vooraf aan de moord als daarna. De klusjesman is niet zomaar een willekeurige passant, maar iemand die op diverse momenten in verband kon worden gebracht met de zaak. Zou Haan wel kennis hebben genomen van het artikel van Stan de Jong in HP/De Tijd (20 september 2002)? In diens boek is zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan Michael de J. En als dat hem al was ontgaan, zou wat googelen hem niet hebben kunnen leiden naar een site als http://jfkmurdersolved.com/feiten.html of www.geenonschuldigenvast.nl waarin Michael de J. al vanaf het eerste begin met de zaak in verband wordt gebracht? Zelfs de politie heeft hem een tijdlang als verdachte aangemerkt. Hoezo, iemand die volgens Haan niets maar dan ook helemaal niets met de zaak te maken heeft? Je kunt van mening zijn dat hij niets met de moord te maken heeft, maar om hem af te schilderen als zo maar een willekeurig slachtoffer van de gang van zaken, is in strijd met de vele feiten die over hem bekend zijn geworden. Is het dan niet verbijsterend dat een onderzoeksjournalist toch tot zo’n conclusie komt?

Heeft hij nog contact opgenomen met Maurice de Hond, vroeg Matthijs, want die denkt heel anders over de zaak. Die was ervan overtuigd dat de klusjesman wel de dader zou zijn en wilde op elk moment met Haan in debat, bijvoorbeeld om te spreken over 130 fouten in diens boek. Nee, Haan was niet op de uitnodiging ingegaan, maar bij het melden van de reden leidde hij het gesprek snel naar een ander onderwerp.

Ronduit laatdunkend liet Haan zich uit over De Hond. Een ‘opiniepeiler’ die zijn verhaal, leugens wil verkopen. Is er geen beter argument te bedenken in een zaak met zoveel feitelijke details? Maar, houdt Matthijs Haan voor, De Hond is niet geïnteresseerd in het verkopen van een verhaal, maar die meent oprecht dat niet Louwes maar de klusjesman het heeft gedaan. Waarop Haan een paar zinnen later een en ander in de volgende context plaatst: ‘Er zijn meerdere misdadigers die slachtoffers maken en die oprecht menen dat ze geen slachtoffer hebben gemaakt.’ En hij geeft dan een stuitend voorbeeld: ‘… Alsof iemand die heeft aangerand … een aanrander … nog steeds over het slachtoffer zegt: “Ja, ze heeft het zelf gewild.”’

Wanneer een interview naar een dergelijk niveau afglijdt, zakt de kijker moedeloos achterover in zijn stoel. Onderzoeksjournalist!

Jammer dat Matthijs ook niet even heeft gevraagd of Haan met Ton Derksen heeft gesproken, maar kennelijk was de tijd om.

10 januari 2019

Bedreiging burgemeester terroristische daad

Je kunt de krant niet openslaan of een nieuwssite als nu.nl lezen of er is ergens wel een aanslag gepleegd met een terroristisch motief. Een jongeman steekt onverwacht wild om zich heen bij willekeurige passanten, een ander schiet op straat zo maar in het rond om op die manier zoveel mogelijk slachtoffers te maken, of er is sprake van een busje dat met hoge snelheid op een groep mensen inrijdt. De politie meldt dat een terroristisch motief niet wordt uitgesloten en te vaak blijkt dat ook het geval. En omdat deze terroristische daden een bedreiging vormen voor onze rechtsstaat en democratie is de strafmaat hiervoor aanzienlijk, soms wel vele jaren.

De Nederlander leest het allemaal berustend maar de stoom komt wel uit zijn oren. Maar wat kan hij eraan doen? En zeer tegen zijn zin gaat hij weer over tot de orde van de dag. Hij vindt het een grote schande en er zou harder tegen moeten worden opgetreden.

Er zijn ook andere incidenten die de burgerij schokken. Zo begrijpt men niets van de bedreigingen, intimidaties en soms zelfs fysieke aanvallen op hulpverleners die hun werk in de buitenruimte doen, zoals politieagenten, BOA’s, ambulancemedewerkers of brandweerlieden. Het is dus begrijpelijk dat de politiek hier paal en perk aan wil stellen. Een willekeurige bedreiging is tot daaraantoe, maar je blijft met je vingers af van onze hulpverleners, is de opvatting in Den Haag. En om die opvatting kracht bij te zetten kunnen voor deze misdrijven inmiddels hogere straffen worden geëist, wel anderhalf maal zoveel. Betekent een ‘doorsnee’-mishandeling misschien 200 euro boete of twee dagen schoffelen in het park, in zulke gevallen wordt de straf met de helft verzwaard. De burger ziet dat allemaal met gefronste wenkbrauwen aan. Een ambulancemedewerker in elkaar slaan en dan geen boete van 200 euro maar van 300 euro?


De laatste jaren doet zich inmiddels steeds vaker een nieuw en extra verontrustend fenomeen voor. Niet alleen meer is de politieagent of ambulancemedewerker het slachtoffer maar ook andere personen met openbare functies. Gemeenteraadsleden, wethouders, burgemeesters, ministers of officieren van justitie worden eveneens bedreigd of geïntimideerd. De cijfers spreken boekdelen. Zo’n 40% van de burgemeesters zegt in 2018 te maken hebben gehad met bedreigingen of intimidatie. Als voorbeelden dienen tv-beelden van enkele incidenten van de afgelopen jaren: uitgebrande auto’s voor de privéwoningen van burgemeesters of een burgemeester die in zijn auto met een pistool is bedreigd of een afgebrand stadhuis nadat een auto opzettelijk naar binnen was gereden.


Bij deze gebeurtenissen zouden in politiek Den Haag alle alarmbellen moeten afgaan, code rood moeten worden gegeven. Het gaat immers niet meer om ‘gewone’ bedreigingen maar dit zijn regelrechte aanslagen op de democratie. Deze functionarissen horen zonder bedreigingen besluiten te kunnen nemen. Wanneer een politicus of burgemeester dat niet meer in vrijheid kan doen, is het einde van de democratie in zicht. Een gemeenteraadslid wordt geacht zonder last te stemmen, maar zal zich wel twee keer bedenken wanneer hij ernstig wordt bedreigd. Ongetwijfeld zal hij voor de buitenwacht een goede reden kunnen bedenken om zijn gewijzigde stemgedrag te verklaren, maar de bedreiging zal hij niet snel noemen. De wethouder die een coffeeshop wil sluiten, zal na een indringend gesprek met de onderwereld mogelijk zijn voornemen ‘heroverwegen’. Natuurlijk verklaren deze personen in het openbaar dat ze niet zullen zwichten voor intimidatie of bedreiging, maar zoveel helden als Jos Wienen, de zwaarbeveiligde burgemeester van Haarlem, telt Nederland niet.


Dit soort incidenten zijn niet meer de ‘gewone’ bedreigingen (‘je hoort nog wel van me’, ‘van mij ben je nog niet af’) van enkele jaren terug. Ze gaan zelfs verder dan de bedreigingen tegen onze hulpverleners. Nee, deze bedreigingen en intimidaties zijn de bijl aan de wortels van onze democratie, net zoals de terroristische aanslagen op burgers of gebouwen. Dus moeten die niet langer worden bestraft met 40 uur taakstraf of een paar honderd euro’s, maar met straffen die horen bij terrorisme. Iemand die een burgemeester, wethouder of gemeenteraadslid ernstig bedreigt, moet voor de rechter een straf van bijvoorbeeld 8 jaar kunnen horen eisen. De rechter kan dan bepalen of de bedreiging ernstig genoeg is om als terroristisch te worden aangemerkt, maar de dader is niet langer zeker van slechts een paar dagen schoffelen. Het kan ook uitdraaien op een langdurige gevangenisstraf. Dan denk je nog wel een keer na voordat je een burgemeester bedreigt.


Ondertussen verneemt de verontruste burger uit Den Haag dat deze bedreigingen ‘niet kunnen’, dat we allemaal ‘om onze burgemeester moeten gaan staan’, ‘dat dit gedrag niet valt te tolereren en heel snel moet stoppen’, en zo meer. Maar hij vraagt zich ondertussen ook af, of hij de onafhankelijkheid van de burgemeester of wethouder nog wel kan vertrouwen.


24 september 2018

De pers is niet altijd even accuraat



Nederland is gezegend met een onafhankelijke, vrije pers. Je moet er toch niet aan denken dat kranten, radio en tv in handen zijn van de overheid? Nee, gelukkig hebben we in Nederland een vrije pers. Maar ook de vrije pers mag af en toe wel wat accurater te werk gaan en ervoor waken dat feiten en opinie niet worden vermengd. Opinies mogen natuurlijk ook in de krant, maar dan wel in de sectie Opinie en Debat of in columns.

Laten we eens naar de volgende voorbeelden kijken.
Zo is er het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden. Vaak zijn ze overbodig maar geven een bericht - bedoeld of onbedoeld - wel een bepaalde kleur. Je mag het met Jesse Klaver eens of oneens zijn maar wanneer zou worden bericht dat 'de arrogante oppositieleider' het de minister-president niet moeilijk kon maken, blijft voornamelijk het woord 'arrogante' hangen. Zou dit woord ook gebruikt zijn, wanneer de auteur een persoonlijke sympathie heeft voor de fractieleider van Groen Links?

In een artikel van Lamyae Aharouay in NRC Handelsblad dat voor een groot deel over grof taalgebruik ging tijdens de Algemene Beschouwingen van 2018 haalde ze de uitspraak aan van Wilders richting Kuzu. En inderdaad, zoals vaker bezigde Wilders woorden die buiten de Kamer, maar zeker in de Kamer ronduit grof zijn: 'Rot zelf lekker op. U hoort hier niet thuis. ...' Verwerpelijk taalgebruik, zonder meer, maar waarom vermeldt ze niet ook dat zijn uitspraak een reactie was op een interview met Kuzu die daarin liet weten dat mensen die het niet eens zijn met de multiculturele samenleving moeten oprotten. Dit maakt de uitspraak van Wilders niet acceptabeler, maar het zou de berichtgeving wel completer maken.

Ook in wat de affaire Blok is gaan heten, was de berichtgeving in de pers van links tot rechts onzorgvuldig. Zo had de minister onder andere gezegd: 'Noem mij een voorbeeld van een multi-etnische of multi-culturele samenleving waar de oorspronkelijke bevolking nog woont (...). en waar een vreedzaam samenlevingsverband is. Ik ken hem niet.' Het journaal toonde beelden waarin de exacte uitspraak was te horen maar vanaf dat moment gebruikte de pers deze uitspraak zonder de passage 'waar de oorspronkelijke bevolking nog woont' en dat maakt veel verschil. Trouw vatte in de kop van een artikel van 18 juli 2018 de uitspraak zelfs als volgt samen: 'Een vreedzame multiculturele samenleving? Ik ken het niet'. Je kunt erover van mening verschillen of een minister van buitenlandse zaken er verstandig aan doet zo'n uitspraak te doen en je kunt zelfs met hem over de inhoud van mening verschillen. Maar de uitspraak moet wel precies worden weergegeven want de betekenis ervan is daarvan sterk afhankelijk.

En dan nog de gretigheid waarmee een bericht kan worden gebracht. Een voorbeeld is Tom-Jan Meeus die meestal interessante en zeer leesbare artikelen schrijft. Helaas is niet altijd duidelijk of zijn bijdragen redactioneel zijn of columns betreffen. Voor de laatste categorie tellen natuurlijk andere maatstaven. Uit zijn bijdragen is duidelijk dat Wilders niet zijn lievelingspoliticus is (dat geldt onmiskenbaar ook voor Trump), en dat zal voor vele lezers net zo gelden. Maar de gretigheid waarmee de faux pas van onze oppositieleider worden beschreven of aan de kaak gesteld, gaan vaak objectieve berichtgeving te buiten. In een column mag hij zijn persoonlijke voorkeur duidelijk laten merken, maar in een redactioneel bericht is deze vrijheid een stuk beperkter. Het maakt een verschil of er zou staan: 'Wilders pleit voor een strenger migratiebeleid en dat is niet verwonderlijk voor een islamofoob' of slechts 'Wilders pleit voor een strenger migratiebeleid'. In de laatste versie zou Wilders gemakkelijk kunnen worden vervangen door Dijkhoff, Buma of Van der Staaij en dat zou het bericht gelijk salonfähig maken. Door het tweede deel van de zin toe te voegen, krijgt het eerste deel gelijk een bepaalde kleur en daarmee moet je in redactionele kolommen zuinig zijn.

20 september 2018

Vluchtelingenhulp als verdienmodel?


Laatst hoorde ik een verhaal over een medisch specialist, die wat wilde doen aan de ellende van vluchtelingen die op weg naar het noorden van Europa op een van de Griekse eilanden waren gestrand. Er is altijd wel behoefte aan een medicus voor mensen die in zulke barre omstandigheden komen vast te zitten, meende hij en dus meldde hij zich aan bij een vluchtelingenorganisatie. Hij was als vrijwilliger gedurende een maand beschikbaar, zo liet hij weten.

Ze waren erg blij met zijn aanmelding maar er waren wel een paar voorwaarden. In de eerste plaats kon hij niet aan de slag als arts, hij moest als vrijwilliger gewoon helpen met alledaagse taken. Bovendien moest hij 4000 euro per maand betalen, natuurlijk los van de vliegkosten die ook voor zijn rekening kwamen. Bij de eerste voorwaarde kon hij zich nog wel wat voorstellen. Teveel artsen die elkaar voor de voeten zouden lopen, dat is contraproductief. Gelukkig zijn er dus voldoende medische voorzieningen, dat is weer een geruststelling. En misschien was er meer behoefte aan dagelijkse hulp als afwassen en schoonmaken. Maar hoe zit het met die 4000 euro die hij moet betalen om als vrijwilliger aan de slag te mogen gaan? Hij heeft het bedrag betaald en een maand als vrijwilliger gewerkt.

Verdere details ontbreken, maar alles bij elkaar toch een gek verhaal: betalen om als vrijwilliger te mogen werken. Maar het kan nog gekker, zo blijkt.
Een studente sociologie, een jonge vrouw met haar hart bijna per definitie op de goede plek, vertelde over een vriendin die tijdens haar schooltijd vrijwilligerswerk wilde doen in een Afrikaans land. Zij zou dan Engelse les moeten geven aan jonge kinderen in een dorp diep in Afrika. Dat klonk wel aantrekkelijk maar ze had ook aarzelingen. Hadden die kinderen er wel wat aan dat ze Engels leerden, terwijl ze vrijwel zeker hun dorp nooit zouden verlaten? En ja, hoeveel kon je een kind leren in een maand, want dan zat haar tijd er weer op. Weliswaar kwam er dan weer een andere vrijwillig(st)er maar ideaal was het toch niet.
Maar ook hier moest de vrijwilligster haar portemonnee trekken. Natuurlijk waren de reiskosten vanuit Nederland naar dat Afrikaanse land voor haar rekening, dat was te billijken. Maar ze moest ook 400 euro per maand voor verblijfkosten betalen voor bijna dagelijks wat rijstepap en een heel slecht bed.

Je durft het haast niet te geloven: vluchtelingenhulp als verdienmodel?

17 september 2018

Cohen en de helft van Nederland


Pauw was weer terug van weggeweest en hij viel met zijn neus in de boter. Tijdens de zomermaanden was het dag na dag gegaan over het weer. De ene avond over de hitte en de aanhoudende droogte, dan weer of de dijken het wel zouden houden of over het weer dat de komende jaren steeds heftiger zou worden. Al dit gezeur bleef Pauw bespaard.

Maar hij kreeg wel te maken met een ander meeslepend nieuwsitem. Heel Nederland was in de ban van de Armeense pubers Lili en Howick. Bij elke gelegenheid lieten de jongen en het meisje weten hoezeer zij het in Nederland naar hun zin hadden en dat zij niet begrepen waarom zij zouden worden uitgezet. Ook verontwaardigde schoolvriendjes en -vriendinnetjes deden hun zegje. Natuurlijk was Defence for Children een vast onderdeel van het nieuws en de Kinderombudsvrouw liet zich evenmin onbetuigd. Zeker, zo luidde de mening, er waren voor de uitzetting weliswaar acht rechters en de Raad van State aan te pas gekomen, maar toch, er was geen rekening gehouden met kinderrechten en dat was een schandaal. Het leed dat het tweetal met de uitzetting zou worden aangedaan was onherstelbaar en dus sprak het vanzelf dat de staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid zou moeten gebruiken. Als hij anders zou beslissen had hij geen spat menselijkheid in zijn lijf.

De ontknoping verraste alle betrokkenen. Hoewel de staatssecretaris nog de dag tevoren had laten weten dat hij gezien alle feiten geen aanleiding zag zijn discretionaire bevoegdheid in te zetten, kregen Lili en Howick van de staatssecretaris alsnog een verblijfsvergunning. Wat hem daartoe heeft gebracht, bleef een raadsel: was het de plotselinge verdwijning van het tweetal een paar uur voor de uitzetting, had het dreigement van de moeder met suïcide hem op andere gedachten gebracht? Het bleef gissen.

In deze opgewonden sfeer zaten bij Pauw een paar rechtstreeks betrokkenen aan tafel: de advocaat van de kinderen Filip Schüller, de Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer en Peter R. de Vries (wie kent hem niet). Het werd een raar gesprek. Vragen van Pauw werden door het drietal onhandig ontweken, bijvoorbeeld over de plotseling opgedoken grootouders en of Kalverboer rechtstreeks druk had uitgeoefend op de regering. Ook was er volgens hen geen sprake geweest van list en bedrog, hoewel de moeder eerst een ander land van herkomst had opgegeven en vervolgens twee jaar lang had geweigerd haar naam te vertellen. Peter R. de Vries nam in dit gezelschap een wel heel bijzondere positie in omdat hij eerder had getwitterd dat ‘iedereen die de Armeense kinderen Howick en Lili aangeeft een NSB-er is’. Zo, daar kon het volk het mee doen.

Of hun argumenten nu valide zijn of niet, op een zeker moment overspeelden ze hun hand. Alle Nederlanders staan achter het besluit van de staatssecretaris, zo lieten ze weten, overtuigd van hun gelijk.

Maar er zat nog een gast aan tafel: Job Cohen die ooit staatssecretaris van Justitie was geweest en aan de wieg van de huidige asielwetgeving had gestaan en in die functie ook een en ander had meegemaakt. Cohen nam een verrassend standpunt in. De man die als burgemeester van Amsterdam vooral wilde theedrinken en daarmee de indruk wekte de problemen van de multiculturele samenleving te willen bagatelliseren, diende het opgewonden drietal op rustige toon van repliek. Nee, hij geloofde er helemaal niets van dat het hele Nederlandse volk achter de verblijfsvergunning zou staan. Op zijn best misschien de helft, schatte hij en hij noemde de overwegingen van de acht rechters en de Raad van State. Natuurlijk begreep hij de handelswijze van Lili, Howick en hun moeder. Die zijn niet hier gekomen om zich te laten uitwijzen, maar onze rechtstaat … en zo meer.

Peter R. de Vries sputterde nog wat na. Waar hebben we het over, zo legde hij Cohen voor, we hebben het over nog maar 400 andere vergelijkbare kinderen, daar zouden we heus wel overheen komen. En list en bedrog? We zouden eens naar de regering moeten kijken die er ook op los liegt, kijk maar naar de dividendbelasting. Maar erg overtuigend klonken zijn laatste woorden niet en Cohen schudde zijn hoofd. Het drietal had niet terug van het rustige betoog van Cohen. Dat was nog eens een verrassing!


2 september 2018

Maar de pijn gaat niet over


Bij de #MeToo gebeurtenissen van de afgelopen maanden worden vrijwel zonder uitzondering jonge vrouwen als slachtoffers ten tonele gevoerd. Minder bekend is dat sexueel misbruik ook mannen kan treffen. Daarom is het verhaal van de nu 69-jarige regisseur Abram Fertes zo bijzonder. Door de #MeToo discussie durft hij voor het eerst met zijn verhaal naar buiten te komen, maar nog steeds kan hij niet zonder hevige emoties praten over wat hem 30 jaar geleden is overkomen. Benieuwd naar wat er toen is gebeurd, zochten we hem op in zijn bungalow net buiten Hilversum. 

'Ik was toen achter in de dertig en een succesvolle regisseur van speelfilms en documentaires en in die wereld heb je te maken met erg ambitieuze mensen die alles, maar dan ook alles, over hebben voor een carrière in de filmwereld. Logisch dat je dan vaak mensen moet teleurstellen, dat is een deel van je werk. Nee, niet iedereen heeft voldoende talent, dat is logisch. Dat leidde natuurlijk regelmatig tot ruzies of heftige gesprekken, maar een keer is het heel erg uit de hand gelopen.' Hij haalde even diep adem, nam een slokje water en wachtte even totdat hij zijn emoties weer onder controle had.

'Voor een productie was ik een tijdlang op locatie in de provincie en vanwege de reistijd verbleef ik in een hotel, waar trouwens ook een deel van de acteurs en technici logeerde. Nogal laat op een avond werd op mijn deur geklopt. Dat was wel vreemd want na een dag opnames is iedereen behoorlijk uitgeput. Toen ik opendeed, stond Felicia, zo zal ik haar maar noemen, want het is niet haar echte naam, voor de deur. Of ze even binnen kon komen, want ze wilde mijn advies. Ze had een kleine bijrol en wilde weten wat ze moest doen om echt belangrijke rollen te krijgen. Ik wist niet zo gauw wat ik daarop moest zeggen want haar rolletje was me nog niet erg opgevallen. Haar verhaal was nogal verward en al snel kreeg ik de indruk dat ze voor meer was gekomen dan voor mijn advies.' Hier onderbrak hij zijn verhaal even, maar leek zich te herpakken.

'Nogal onverwacht begon ze te me verleiden, ze begon me te strelen en zo, maar ik liet merken dat ik dat liever niet had. Maar ze ging door, drong zich aan me op en wierp daarbij al haar vrouwelijke charmes in de strijd. "Dit wil je toch wel?" fluisterde ze, "Geniet er maar van." Ik sputterde flink tegen, dat weet ik wel, ik wilde dit niet, maar op de een of andere manier kon ik haar niet van me af houden. Ik was als het ware versteend, ik wilde me wel verweren maar ik kon het niet. Nou ja, ik zal je maar niet met de details vervelen. Wat daarna gebeurde, is me gewoon overkomen. Toen ze weer weg ging, vroeg ze nog zoiets als: "Wil je nog wel eens aan me denken?", en weg was ze weer.

Ik heb de hele nacht gehuild, trillend over mijn hele lichaam, soms vloekend, ik was helemaal overstuur. De volgende dag op de set heb ik zo gewoon mogelijk gedaan, vreselijk was het, en pas na een paar dagen kon ik weer een beetje mezelf zijn. Maar ik durfde er met niemand over te praten, je schaamt je toch, en dat is ruim 30 jaar zo gebleven tot die #MeToo discussie losbrak.'

Het verhaal kwam er met horten en stoten uit en het was duidelijk dat hij er grote moeite mee had.
'Neem het me maar niet kwalijk, maar na die dertig jaar lukt het me nog steeds niet goed om dit te vertellen. Je wilt het misschien niet geloven, maar door die gebeurtenis is er een grauwsluier over mijn leven komen te liggen. Voor die tijd was ik een vlotte, aardige, sociale kerel, maar dat was allemaal van de ene op de andere dag verdwenen. En sex is nadien ook nooit meer hetzelfde geweest.
Ik ben blij met die #MeToo discussie, dat er nu eindelijk aandacht is voor slachtoffers van sexueel misbruik, ja ook voor mannelijke slachtoffers. Die discussie helpt de pijn wel verlichten, maar over gaat die niet.' Hij stak een sigaret op, nam nog een slokje water en keek met waterige ogen uit het raam.


7 juli 2018

#MeToodeloo


In het kader van #MeToo worden we de laatste tijd overstelpt met horrorverhalen. De ene keer is het een actrice die uit de doeken doet wat haar is overkomen, bij een andere gelegenheid komt een programmamaker aan het woord. Vaak zijn het vreselijke verhalen, maar de burger heeft toch wel vragen. Wat heeft het slachtoffer nu precies meegemaakt en hoe erg was dat eigenlijk? Je mag dat tegenwoordig eigenlijk niet meer vragen want dan word je al snel gezien als harteloos.

De slachtoffers van deze onduidelijkheid zijn de onbekende vrouwen, de kleine radertjes in onze economie. Vrouwen die met hun vreselijke verhaal nooit in de krant kunnen komen, hoe zeer ze ook hun best zouden doen. Vrouwen die minstens zo vreselijke gebeurtenissen hebben meegemaakt, maar bij niemand een luisterend oor kunnen vinden. Vrouwen die gedoemd zijn hun lot tot het einde in stilte te dragen.
Laten we ons even verplaatsen in de schoenen van een medewerkster in een magazijn van auto-onderdelen. Een gescheiden vrouw die het geluk heeft gehad ondanks de crisis toch een baan te bemachtigen. Ze moet ook wel, want ze heeft thuis twee kinderen die veel geld kosten. Ze zitten op school, op voetbal, en hun moeder wil graag dat ze gewoon kunnen meedoen aan de evenementen die school voor de leerlingen organiseert. Ze kan zich niet veroorloven haar baan te verliezen en ze is dan ook een hardwerkende en gewaardeerde werkneemster.

Op een middag, toen ze bezig was enkele V-snaren te ordenen, duikt plotseling de magazijnchef achter haar op, de zoon van de eigenaar van het garagebedrijf. Hij begint een praatje maar al snel heeft ze het angstige gevoel dat hij daarvoor niet is gekomen. Niet veel later dringt hij zich aan haar op, met zacht gesproken liefkozende woordjes. Ook zijn handen vinden snel hun weg en daar achterin het magazijn waar niemand aanwezig is, grijpt de angst haar naar de keel. Ze probeert hem van zich af te houden, ze wil dit niet, maar niemand kan haar helpen. Op hetzelfde moment schiet het door haar heen dat haar reactie bepalend kan zijn voor haar baan, voor haar toekomst en die van haar kinderen.

Hoe het verder ook zal zijn gegaan, niemand is in haar verhaal geïnteresseerd. Op het werk niet, thuis kan ze het ook niemand vertellen en de politie ziet haar al aankomen. Op de televisie hoort ze het relaas van een succesvolle filmactrice die met tranen in de ogen vertelt wat haar 25 jaar geleden is overkomen.

'Het is nu al zo lang geleden, wel meer dan 25 jaar', vertelt ze haar interviewer, 'maar nog denk ik er elke dag aan. Zoiets laat je niet meer los. Het is een gebeurtenis die je de rest van je leven met je meedraagt. Als ik er aan terugdenk, krijg ik nog steeds koude rillingen.' De actrice is even stil en vervolgt met benepen stem: 'Ik was nog een onbekend actricetje, ik deed wat kleine rolletjes en verdiende mijn geld in tv-commercials. Op een avond zat ik aan een diner samen met belangrijke mensen, mensen met grote namen, mannen uit de zakenwereld, het bedrijfsleven en de filmwereld. Ik zat naast een invloedrijke producer, iemand die besliste of je al dan niet een rolletje kon krijgen in een film. Hij zal een jaar of 50, 60 zijn geweest. We zaten gezellig wat te praten over allerlei zaken, totdat ik plotseling zijn hand op mijn dij voelde, zo onder het tafelkleed, niet zichtbaar voor de andere tafelgasten. Ik verstarde, ik wist niet wat te doen, terwijl zijn hand verder ging. Uiteindelijk hield het op, we zaten met anderen aan tafel, maar toch! Het was vreselijk, na afloop ben ik geheel overstuur naar huis gegaan en heb de hele nacht van ellende gehuild.'

De interviewer luistert empathisch. Ook de magazijnmedewerkster luistert en vergelijkt het verhaal van de actrice met wat haarzelf was overkomen.
'Waar heeft ze het over', gaat er door haar heen. En zo dachten velen die naar de actrice hadden geluisterd. En die vervolgens daardoor de neiging hebben het niet vertelde relaas van magazijnmedewerkster te bagatelliseren. Zo wordt deze twee keer slachtoffer.


23 februari 2017

De historie van de initialen


Vroeger was alles beter. Dat wordt vaak gezegd maar of het waar is, is de vraag. Maar dat het vroeger vaak anders ging dan tegenwoordig is wel een feit. Laten we eens kijken naar het voorbeeld van de initialen. Vroeger, wanneer men de krant opensloeg, overheersten net als tegenwoordig de berichten over de misdaad. Een overval hier, een beroving daar, een mishandeling in het gezin. Uitgebreid werd de lezer geïnformeerd over de ins en outs. Dat gebeurt tegenwoordig niet anders, maar toch is er een verschil.

Vroeger zag een dergelijk bericht er als volgt uit:

‘Gisteren werd op de Meent bij bakkerij Van der Weel een overval gepleegd door de 28-jarige Rotterdammer Peter W. zonder werk. Toen de gewaarschuwde politie arriveerde bleek de overvaller al gevlogen. Later werd hij alsnog op de Goudsesingel gearresteerd. De politie wil geen details geven want de zaak is nog in onderzoek.’

Of:

‘Een 43-jarige vrouw werd gisteravond toen ze van haar werk op weg was naar huis, lastiggevallen door de 22-jarige Groningse bouwvakker D. van L. De vrouw verweerde zich flink waarna de man door de politie kon worden ingerekend.’

In de loop van de jaren veranderden deze berichten. Niet zozeer de onderwerpen maar wel de aanduiding van de daders. Het ging niet meer voornamelijk over W. van D. of T. van der H. maar andere namen wonnen terrein: Jeffrey B., of Ergilio L. De lezer kon uit de voornaam opmaken dat het hier vermoedelijk daders met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond betrof. Een paar jaar later doken weer andere namen veelvuldig in dit soort berichten op: D. Ö., Yessin D., A. el B. of A. Ç. Ook hier kon de lezer vermoeden dat de daders een migratie-achtergrond hadden, bijvoorbeeld uit Marokko of Turkije.

Toen de namen die op een dergelijke achtergrond wezen steeds vaker in de criminele berichtgeving voorkwamen, werden de redacties van de kranten onrustig. Vergaderingen werden belegd en de argumenten over en weer besproken. Uit de namen of initialen kon je opmaken dat Marokkanen, Turken of Antillianen de daders waren en dat werkt stigmatiserend voor iedereen uit deze bevolkingsgroep en daarom was het beter voortaan deze aanduidingen weg te laten, vond de ene groep. Anderen waren het hier niet mee eens. Wanneer vroeger Rotterdammers vaker in dit soort berichten werden genoemd, voelden Rotterdammers zich toch ook niet gestigmatiseerd? Je moest toch gewoon verslag doen en het nieuws niet onnodig filteren? Het waren emotionele discussies.

De lezers konden vervolgens in de kranten lezen wie van deze groepen het pleit had gewonnen:

‘Gisteren werd in IJsselmonde een buschauffeur van lijn 35 onder bedreiging van een mes overvallen. De overvaller eiste de geldlade. Hij werd door de reizigers beetgepakt en aan de politie overgedragen die snel ter plaatse was.’

Of:

‘Een 32-jarige vrouw werd gisteravond in de Claes de Vrieselaan door een groep jongeren lastiggevallen toen ze op de fiets op weg was naar het ziekenhuis. Een van de jongens betastte haar, maar zij wist hard weg te fietsen. Op haar aanwijzing werd de jongen later opgepakt.’

Nu kun je voor of tegen deze gefilterde berichtgeving zijn maar zo gebeurt dit nu eenmaal in meeste kranten en daar kan men vrede mee hebben. Totdat eind vorig jaar een krantenbericht de aandacht van de lezer trok. In het AD van 4 oktober 2016 schreef deze krant over een spraakmakende zedenzaak. Dit ochtendblad schreef:

‘Vader van negentien kinderen vast voor zedendelict.
De 48-jarige Henk K. uit Bunschoten, vader van een gezin met negentien kinderen, zit vast op verdenking van zedenmisdrijven en huiselijk geweld. De politie heeft de woning van K. langdurig onderzocht. Daarbij is ook gebruik gemaakt van speurhonden. Geen van de negentien kinderen woont nog thuis. K. staat in het dorp bekend als Henk de Voeger vanwege zijn werk in de bouw …’

Wat krijgen we nu? Als het nieuws betreft waarin de dader een migratie-achtergrond heeft, worden naamsgegevens zoals initialen weggelaten en als de dader een Nederlandse achtergrond heeft, krijgt de lezer de initialen wel te lezen, inclusief een geblurde foto en zelfs de naam van het kleine dorp waar hij woont? Dan speelt het argument stigma geen rol en wordt nieuws gewoon doorgeven zoals het aan de krant bekend is? In dit voorbeeld hebben we het AD genomen, maar in meer media komt dit fenomeen voor, denk bijvoorbeeld aan de berichtgeving rond de neuroloog Jansen Steur, op het NOS-journaal zelfs met een fraaie foto.

Zou men hieruit nu deze les mogen trekken: wanneer in een bericht de initialen ontbreken betreft het een verdachte met een migratie-achtergrond. Wanneer ze wel worden vermeld, hebben we te maken met een dader met een Nederlandse achtergrond.

Was dit de bedoeling?

14 januari 2017

Renovatie van een laan: klucht in 6 bedrijven


Ongeveer acht jaar geleden zou een mooie brede laan in de Rotterdamse wijk Kralingen worden gerenoveerd. Hieronder wordt verhaald hoe de renovatie werd uitgevoerd en tot welk resultaat dit heeft geleid. Een klucht in 6 bedrijven.

Wat vooraf gaat
De brede laan ontleent haar uitstraling aan de grote herenhuizen en aan de ongeveer 30 robinia's die aan de ene kant van de rijbaan staan. Deze oude bomen hebben dikke karakteristieke stammen en in de zomer veel blad. Eerder had de gemeente al veel van deze bomen willen kappen, maar daarvan afgezien omdat de bewoners hun bezwaren daartegen zagen beloond.
Toen de laan aan een grote onderhoudsbeurt toe was, overlegde de gemeente met de bewoners over de bomen. Deze stonden te dicht aan de rijweg en dat leverde schade op aan de wortels en dus aan de bomen. Daarom wilde de gemeente de rijbaan iets versmallen. Na enkele besprekingen vonden de bewoners dat een goed idee en de werkzaamheden konden beginnen.

De laan wordt gerenoveerd
Toen de wegenbouwers flink waren opgeschoten met hun werkzaamheden, merkten enkele bewoners al op dat de rijbaan niet alleen aan de zijde van de bomen werd versmald, maar ook aan de andere zijde van de rijbaan. Aan die kant was het trottoir verbreed. De werklieden werden hierop gewezen, maar deze toonden aan de hand van werktekeningen aan dat zij het werk volgens opgaaf uitvoerden.

Afgereden buitenspiegels
Na een paar maanden werd de laan voor verkeer vrijgegeven en de bewoners konden hun auto's weer parkeren. Meteen werd duidelijk dat de laan inderdaad een stuk smaller was geworden dan door de gemeente tijdens het overleg was voorgehouden.
De auto's werden weer keurig geparkeerd zoals de bewoners gewend waren voor de renovatie. Aan de ene kant werden de auto's geparkeerd in de parkeerhavens tussen de robinia's en aan de trottoirzijde werden auto's op de rijbaan geparkeerd.
Al spoedig werd duidelijk dat de brede vrachtwagens die bij Albert Heijn hun lading hadden afgeleverd grote moeite hadden op de versmalde rijbaan de geparkeerde auto's niet te raken. Het was dus geen verrassing dat diverse bewoners die hun auto aan de trottoirzijde hadden geparkeerd het voertuig aantroffen met een kapotgereden buitenspiegel.

Dan maar op de stoep parkeren
Zoals gebruikelijk losten bezoekjes aan het politiebureau de problemen niet op: 'Daar gaan wij niet over, dan moet u bij de gemeente zijn.' Dat was een goed idee, maar de gemeente zag ook niet onmiddellijk een oplossing.
Ten einde raad parkeerden de bewoners hun auto's gedeeltelijk op het trottoir. Dat was weliswaar niet toegestaan, maar zo staan ze relatief veilig voor passerende vrachtauto's, was hun overweging. Trouwens, dat gebeurt al jarenlang ook in andere lanen in Kralingen.

Maar de politie deelt bekeuringen uit
Dat gaat zo maar niet, moet de politie hebben gedacht. Deze laan is splinternieuw en dan moeten de auto's op de rijbaan parkeren zoals voorgeschreven, en niet op het trottoir. En dus troffen diverse bewoners een bekeuring achter hun ruitenwissers aan. Voor velen van hen was de maat vol. Ze protesteerden bij de gemeente tegen de gang van zaken maar kregen aanvankelijk nul op rekest. 'Met de rechter voorwielen het trottoir oprijden kan de trottoirband beschadigen en dat moet worden voorkomen', hield de gemeente de bewoners voor. Die raakten ondertussen behoorlijk geïrriteerd en kondigden aan het er niet bij te laten zitten. Je wordt door de hond of door de kat gebeten, was het argument: of je spiegel wordt er afgereden met alle kosten van dien, of je krijgt een bekeuring en die kost ook veel geld. 'See you in court', was de boodschap.

De Hollandse oplossing: gedogen
De gemeente moet hebben overwogen dat de communicatie met de burger hiermee een vervelende wending nam. Hoe het overleg tussen politie en gemeente precies is verlopen, is niet geheel duidelijk, maar al snel bleek dat parkeren op het trottoir weliswaar niet is toegestaan, maar dat in dit speciale geval de overtredingen zouden worden gedoogd: er zullen geen bekeuringen meer worden uitgedeeld.
De bewoners waren met deze oplossing weliswaar tevredengesteld, maar toch hielden ze van de affaire een nare smaak over.
De laan wordt gerenoveerd en na afloop moet je schade voorkomen door op het trottoir parkeren, wat niet mag, maar het wordt wel gedoogd. Dus staan in de laan de auto's schots en scheef met de rechter wielen op het trottoir geparkeerd. Geen gezicht dus.

2 oktober 2014

Run Nederlanders op vluchtelingen


Onlangs kwam het bericht in de media dat de gemeente Rome zijn burgers had gevraagd Irakese en Syrische vluchtelingen in huis op te nemen. De officiële opvang was uit haar voegen gebarsten en de overheid was ten einde raad. Leegstaande gebouwen, kazernes en sporthallen puilden al uit en dus werd een beroep op de burgerij gedaan. Ook bij Nederlanders bleef dit bericht niet onopgemerkt.

De Nederlanders
Nederlanders met het hart op de juiste linkse plaats willen in een dergelijke situatie helpen en dus stond de telefoon bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie al binnen een paar uur roodgloeiend. Of ze niet een of twee vluchtelingen konden leveren? De telefonistes schrokken zich een hoedje van zoveel vraag. Hier was het ministerie niet op berekend en al binnen een paar uur waren alle lijnen bezet. Het ministerie was praktisch onbereikbaar geworden door zoveel empathie bij Nederlanders met de vluchtelingen.
De ambtenaar: 'Ja, dat is óók Nederland!'
Een ambtenaar wilde zich wel even losmaken van de telefonische overval om een paar vragen te beantwoorden.
‘Inderdaad, vanmorgen was er nog niets aan de hand, maar binnen een uur waren alle lijnen bezet. We kwamen niet meer aan ons gewone werk toe. Maar zoveel medeleven, dat deed ons toch wel wat, soms schieten de tranen je in de ogen. Sommige bellers wilden wel een paar families tegelijk opnemen, ja, dat is óók Nederland. Maar ik moet nu weer terug om mijn collega’s te helpen.’
COA: 'We hebben geen vluchtelingen op voorraad'
Ook bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers COA was men overdonderd door de overweldigende vraag naar vluchtelingen. Wat wordt er zoal gevraagd, wilden we van de voorlichter weten die bereid was even wat toelichting te geven.
‘Het is een heksenketel, ik kan niet anders zeggen. Normaal gesproken is het voor ons een hele toer om vluchtelingen in het land onder te brengen. Elke gemeente heeft dan zo zijn eigen bezwaren, een AZC is te groot, of te dichtbij het centrum, of te dichtbij een school. Het schiet dan niet op. Maar nu, nu de burgers rechtstreeks worden aangesproken, kunnen we de vraag niet aan. Er zijn mensen die drie families tegelijk willen opnemen, maar ja, waar halen we zo gauw hele families vandaan? Zoveel hebben we er niet op voorraad, maar daar nemen ze geen genoegen mee. Ze willen nú vluchtelingen. Wat je ook merkt is dat sommige bellers liever Syriërs dan Irakezen willen opnemen. Die vinden ze dan zieliger. Dan kunnen ze tegen de buren zeggen: “O, heb jij gewoon Irakezen thuis, nou, wij hebben Syriërs!”. Ja, niks menselijks is de Nederlander vreemd. Nee, je mag het zo niet zeggen, maar eigenlijk is er een grote schaarste aan vluchtelingen.’

De vluchtelingen
De vraag naar vluchtelingen door Nederlanders rijst de pan uit? Schaarste aan vluchtelingen? Zulke berichten gaan als een lopend vuurtje door organisaties die zich professioneel met vluchtelingen bezighouden. De in allerijl opgerichte Landelijke Organisatie voor Vluchtelingen uit Irak en Syrië (LOVIS) is vast van plan voor de belangen van vluchtelingen op te komen. De voorzitter die niet zijn naam wil noemen, vat het als volgt samen.
Voorzitter LOVIS: 'Zonder extra's krijg je geen vluchteling'
‘Sommige Nederlanders denken dat ze even kunnen opbellen en dat ze dan gelijk een paar vluchtelingen krijgen geleverd. En dat ze dan de bestelling ook nog kunnen aanscherpen: wel een Syriër, liever geen Irakees, maar wel een op HBO-niveau, enzovoort. Maar zo gaat dat natuurlijk niet. Er moet wel wat tegenover staan. “Ja”, zeggen ze dan, “ze krijgen toch al kost en inwoning?” Ja, hè, hè, dat krijgen ze bij iedereen. Er moet wel iets extra’s tegenover staan willen ze versneld vluchtelingen geleverd krijgen. Waar ik dan aan denk? Nou, bijvoorbeeld huurbescherming, dat je niet zo maar het huis kunt worden uitgezet, een permanente verblijfsvergunning en natuurlijk een redelijke dagvergoeding, ik noem maar een paar dingen. Vandaag de dag krijg je geen vluchteling voor niets. Wel pronken bij de buren maar als het puntje bij paaltje komt is de vluchteling de klos. En als zo’n beller dan tegenpruttelt, dan zeggen we gewoon keihard: voor u een ander.’

29 september 2014

Luchtbrug naar Midden-Oosten en Afrika


Sedert 2011 wordt op de Middellandse Zee de operatie Hermes uitgevoerd met als doel vluchtelingen te vinden die veelal in gammele bootjes de oversteek van Noord-Afrika naar Italië wagen. Natuurlijk mogen deze vluchtelingen niet zonder meer rekenen op een permanente verblijfsvergunning in Fort Europa. Hun aanvragen worden aan de vaste wal afgewikkeld.

Helaas bereiken ze niet allemaal de Italiaanse kust. Soms laten mensensmokkelaars de boten zinken, vaak is het slechte weer teveel voor de bijna-wrakken of ze zinken gewoon uit zichzelf - van ellende. Een enkele keer worden de slachtoffers door schepen uit het water gevist of ze worden in het kader van Operatie Hermes door patrouilleboten aan boord genomen. De gelukkigen worden aan Italiaanse wal gezet waar een zorgvuldige intake de echte asielzoekers die met recht en reden voor hun leven hebben moeten vluchten, moet scheiden van economische vluchtelingen die een veel beter leven wensen te vinden in Noord-Europa. De praktijk is weerbarstig. De selectieprocedure is ingewikkeld, reispapieren ontbreken of overige noodzakelijke gegevens zijn niet voorhanden om een asielaanvraag te kunnen beoordelen. Hoe het ook zij, de meest vluchtelingen vinden een weg naar het rijke noorden.

Maar het gaat ook vaak mis. Volgepropte bootjes kapseizen en honderden vluchtelingen verdrinken. De Europeanen spreken er schande van. Hoe is dit mogelijk? De patrouilles wordt opgedragen extra scherp op te letten. Wanneer een bootje in moeilijkheden dreigt te komen, moet onmiddellijk worden ingegrepen, de slachtoffers moeten aan boord worden genomen en aan Europese wal gezet.
Ook het omgekeerde geldt. Een volgepakt scheepje dat niet in moeilijkheden komt, bereikt de Italiaanse kust en de schepelingen 'gaan in procedure'. Ze worden in open vluchtelingencentra geplaatst. Velen wachten daar hun lot niet af en reizen door naar het noorden. Een aanzienlijk aantal van hen bereikt ook Nederland.

De gekozen procedure is omslachtig. Wanneer de bootjes dreigen te zinken wordt ingegrepen, maar zo lang dat nog niet het geval is, worden ze ongemoeid gelaten. En daarvoor moeten patrouilles dan dag en nacht de Middellandse Zee afstruinen met de aanzienlijke kans dat scheepjes in nood toch nog worden gemist? Een riskante aanpak.

Het is toch veel efficiënter de vluchtelingen maar gelijk op te halen van de Noord-Afrikaanse kust? Dat is veel veiliger dan ze op volle zee aan boord te moeten nemen. Stuur gewoon schepen of vliegtuigen naar Noord-Afrika! En nu we toch bezig zijn, waarom moeten deze vluchtelingen eigenlijk eerst een onmenselijke tocht door woestijnen en andere onveilige gebieden proberen te overleven, alvorens ze door de Italianen kunnen worden opgehaald en naar Italië worden gebracht? Waarom niet een luchtbrug geopend naar Syrië, Irak, Noord- of Zuid-Soedan, Erithrea of ..., ach de landen zijn wel bekend?

Deze methode is niet alleen veel efficiënter en veiliger, maar heeft bovendien het grote voordeel dat je ook mensen bereikt die geen tienduizend euro voor een mensensmokkelaar kunnen betalen maar toch graag een betere toekomst in Europa zouden willen opbouwen. Bovendien krijgen dan ook de echte, armlastige asielzoekers een kans. En daar was het toch allemaal om begonnen?