17 september 2018

Cohen en de helft van Nederland


Pauw was weer terug van weggeweest en hij viel met zijn neus in de boter. Tijdens de zomermaanden was het dag na dag gegaan over het weer. De ene avond over de hitte en de aanhoudende droogte, dan weer of de dijken het wel zouden houden of over het weer dat de komende jaren steeds heftiger zou worden. Al dit gezeur bleef Pauw bespaard.

Maar hij kreeg wel te maken met een ander meeslepend nieuwsitem. Heel Nederland was in de ban van de Armeense pubers Lili en Howick. Bij elke gelegenheid lieten de jongen en het meisje weten hoezeer zij het in Nederland naar hun zin hadden en dat zij niet begrepen waarom zij zouden worden uitgezet. Ook verontwaardigde schoolvriendjes en -vriendinnetjes deden hun zegje. Natuurlijk was Defence for Children een vast onderdeel van het nieuws en de Kinderombudsvrouw liet zich evenmin onbetuigd. Zeker, zo luidde de mening, er waren voor de uitzetting weliswaar acht rechters en de Raad van State aan te pas gekomen, maar toch, er was geen rekening gehouden met kinderrechten en dat was een schandaal. Het leed dat het tweetal met de uitzetting zou worden aangedaan was onherstelbaar en dus sprak het vanzelf dat de staatssecretaris zijn discretionaire bevoegdheid zou moeten gebruiken. Als hij anders zou beslissen had hij geen spat menselijkheid in zijn lijf.

De ontknoping verraste alle betrokkenen. Hoewel de staatssecretaris nog de dag tevoren had laten weten dat hij gezien alle feiten geen aanleiding zag zijn discretionaire bevoegdheid in te zetten, kregen Lili en Howick van de staatssecretaris alsnog een verblijfsvergunning. Wat hem daartoe heeft gebracht, bleef een raadsel: was het de plotselinge verdwijning van het tweetal een paar uur voor de uitzetting, had het dreigement van de moeder met suïcide hem op andere gedachten gebracht? Het bleef gissen.

In deze opgewonden sfeer zaten bij Pauw een paar rechtstreeks betrokkenen aan tafel: de advocaat van de kinderen Filip Schüller, de Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer en Peter R. de Vries (wie kent hem niet). Het werd een raar gesprek. Vragen van Pauw werden door het drietal onhandig ontweken, bijvoorbeeld over de plotseling opgedoken grootouders en of Kalverboer rechtstreeks druk had uitgeoefend op de regering. Ook was er volgens hen geen sprake geweest van list en bedrog, hoewel de moeder eerst een ander land van herkomst had opgegeven en vervolgens twee jaar lang had geweigerd haar naam te vertellen. Peter R. de Vries nam in dit gezelschap een wel heel bijzondere positie in omdat hij eerder had getwitterd dat ‘iedereen die de Armeense kinderen Howick en Lili aangeeft een NSB-er is’. Zo, daar kon het volk het mee doen.

Of hun argumenten nu valide zijn of niet, op een zeker moment overspeelden ze hun hand. Alle Nederlanders staan achter het besluit van de staatssecretaris, zo lieten ze weten, overtuigd van hun gelijk.

Maar er zat nog een gast aan tafel: Job Cohen die ooit staatssecretaris van Justitie was geweest en aan de wieg van de huidige asielwetgeving had gestaan en in die functie ook een en ander had meegemaakt. Cohen nam een verrassend standpunt in. De man die als burgemeester van Amsterdam vooral wilde theedrinken en daarmee de indruk wekte de problemen van de multiculturele samenleving te willen bagatelliseren, diende het opgewonden drietal op rustige toon van repliek. Nee, hij geloofde er helemaal niets van dat het hele Nederlandse volk achter de verblijfsvergunning zou staan. Op zijn best misschien de helft, schatte hij en hij noemde de overwegingen van de acht rechters en de Raad van State. Natuurlijk begreep hij de handelswijze van Lili, Howick en hun moeder. Die zijn niet hier gekomen om zich te laten uitwijzen, maar onze rechtstaat … en zo meer.

Peter R. de Vries sputterde nog wat na. Waar hebben we het over, zo legde hij Cohen voor, we hebben het over nog maar 400 andere vergelijkbare kinderen, daar zouden we heus wel overheen komen. En list en bedrog? We zouden eens naar de regering moeten kijken die er ook op los liegt, kijk maar naar de dividendbelasting. Maar erg overtuigend klonken zijn laatste woorden niet en Cohen schudde zijn hoofd. Het drietal had niet terug van het rustige betoog van Cohen. Dat was nog eens een verrassing!


Geen opmerkingen: